680706 เด็กสมุนพระรามไปเนินพอกิน ร่วมงาน ๙๐ ปี ลุงจำลอง ไปสะพานรถไฟสายมรณะ วัดถ้ำเสือ จามจุรีย์ยักษ์ 56.jpeg
เนื้อหาในไฟล์
Kanchanaburi War Cemetery After entering the Second World War in December 1941, Japanese forces quickly overran most of South East Asia. In 1942, in order to find a shorter and more secure line of supply between Burma (now Myanmar) and Siam (now Thailand), the Japanese decided to use prisoners of war and civilian labour to build a single line railway to link existing railheads at Thanbyuzayat in the west and Ban Pong in the east. Two forces, one based in Siam and one in Burma, worked from opposite ends of the line, meeting at Konkuita in October 1943. The project cost the lives of approximately 15,000 prisoners of war and 100,000 civilians as a result of sickness, malnutrition, exhaustion and mistreatment. This cemetery, the largest of three on the Burma-Siam Railway, is located near the site of the former "Kanburi" Prisoner of War Base Camp through which most prisoners passed on their way to other camps. The cemetery, designed by Colin camp burial St Clair Oakes, was created after the war by the Army Graves Service who transferred graves into it from grounds and solitary sites all along the southern half of the railway and from other sites in Thailand. More than 5,000 Commonwealth and 1,800 Dutch casualties are commemorated in the cemetery, including some 300 men who died of sickness at Nieke and Changaraya and who were cremated. Their ashes are buried in two graves in the army whose cemetery and their names appear on panels in the shelter building. The names of eleven sol
อ่านต่อ
diers of the Indian graves elsewhere in Thailand could not be maintained are commemorated by name on a tablet in the entrance building. The Commonwealth War Graves Commission is responsible for the maintenance of graves and memorials in some 150 countries which commemorate around 1,700,000 members of the Commonwealth forces who died in the two world wars. Those commemorated here and elsewhere include servicemen and women of several different faiths and of none. สุสานสงครามกาญจนบุรี เมื่อเดือนธันวาคม ปี ค.ศ. 1941 หลังจากที่ญี่ปุ่นเข้าร่วมสงครามโลกครั้งที่สองแล้ว กองทัพญี่ปุ่นได้ยึดครองดินแดนส่วนใหญ่ในเอเชียอาคเนย์ อย่างรวดเร็วต่อมาในปี ค.ศ. 1942 ญี่ปุ่นตัดสินใจใช้แรงงานเชลยศึกและกรรมการพลเรือนสร้างทางรถไฟทางเดียวที่บ้านโป่ง ทางด้านตะวันออกเชื่อมกับสถานีรถไฟที่เมืองทันยูซายัด ทางด้านตะวันตกเพื่อย่นระยะการเดินทาง และปกป้องเส้นทางการลําเลียงระหว่างประเทศสยาม (ประเทศไทยในปัจจุบัน) และประเทศพม่า (ปัจจุบัน คือเมียนมา) การสร้างทางรถไฟสายนี้เริ่มจากพม่า และประเทศไทยในเวลาเดียวกัน ซึ่งในที่สุดมาบรรจบกันที่ Konkuita เมื่อเดือนตุลาคม ค.ศ. 1943 การสร้างทางรถไฟดังกล่าวมีผู้เสียชีวิตที่เป็นเชลยศึกไปประมาณ 15,000 คน และพลเรือนอีก 100,000 คน เนื่องจากประสบโรคภัยไข้เจ็บต่างๆ การขาดอาหาร ความเหน็ดเหนื่อยอ่อนเพลีย และการทารุณกรรม สุสานแห่งนี้เป็นสุสานที่ใหญ่ที่สุดในจํานวนสามแห่งที่ตั้งอยู่ตลอดเส้นทางรถไฟพม่า-ไทย ตั้งอยู่ใกล้สถานที่ตั้งค่ายกักกันเชลยศึก "กาญจนบุรี" ในอดีต ซึ่งเป็นสถานที่ที่เชลยศึกส่วนใหญ่เดินทางผ่านไปที่ค่ายอื่น Colin St Clair Oakes เป็นผู้ออกแบบสุสานซึ่งหน่วยสุสานทหารบก (The Army Graves Service) สร้างขึ้นหลังจากสงครามโลกครั้งที่สอง หน่วยงานดังกล่าวได้ดําเนินการย้ายศพจากที่ฝังศพของค่ายต่างๆ และสถานที่อื่นๆ ตลอดเส้นทางรถไฟช่วงล่าง ในฝ่ายไทยรวมทั้งสถานที่อื่นๆ ในประเทศไทยด้วย สุสานแห่งนี้สร้างขึ้นเพื่อระลึกถึงผู้เสียชีวิตจากประเทศในเครือจักรภพมากกว่า 5,000 คน และจากฮอลันดา 1,800 คน และในจํานวนนี้ มีผู้เสียชีวิตจากโรคภัยต่างๆ ที่ Nieke และ Changaraya ประมาณ 300 คน หลังจากดําเนินการเผาศพแล้วได้นําอังคารไปฝังที่หลุมฝังศพสองแห่ง ภายในสุสาน สําหรับรายนามของผู้เสียชีวิตจารึกไว้ที่ศาลาของสุสาน นอกจากนั้นหลุมฝังศพทหารของกองทัพอินเดีย สิบเอ็ดคนที่ฝังอยู่ตามสถานที่อื่นในประเทศไทยซึ่งไม่ สามารถดูแลรักษาได้ รายนามเหล่านั้นถูกจารึกไว้ที่ผนังตึก ทางเข้าสุสาน คณะกรรมาธิการสุสานสงครามแห่งเครือจักรภพ (The Commonwealth War Graves Commission) รับผิดชอบในการดูแลบํารุงรักษาสุสาน และอนุสาวรีย์ประมาณ 150 ประเทศ ซึ่งระลึกถึงทหารจากประเทศต่างๆ ในเครือจักรภพประมาณ 1,700,000 คน ซึ่งเสียชีวิตในระหว่างสงครามโลกทั้งสองครั้ง ผู้ที่ได้รับการระลึกถึงทั้งทีนี่และที่อื่นๆ รวมผู้ชายและผู้หญิงที่ให้ความช่วยเหลือในช่วงสงคราม ซึ่งเป็นผู้ที่นับถือศาสนาต่างๆ และผู้ที่ไม่เลื่อมใสในศาสนาใด Kanchanaburi oorlogsbegraafplaats Vanaf hun deelname in december 1941 aan de Tweede Wereldoorlog veroverden de Japanse strijdkrachten in snel tempo het grootste deel van Zuidoost-Azië. Op zoek naar een kortere en veiligere aanvoerroute tussen Birma (nu Myanmar) en Siam (nu Thailand) besloten de Japanners in 1942 krijgsgevangenen en burgers te gebruiken om een spoorlijn aan te leggen tussen Thanbyuzayat in het westen en Ban Pong in het oosten. Twee ploegen, één gestationeerd in Siam, de andere in Birma, werkten vanaf deze eindpunten van de beide spoorlijnen naar elkaar toe en ontmoetten elkaar in oktober 1943 in Konkuita. Door ziekte, ondervoeding, uitputting en mishandeling heeft de Birmaspoorweg het leven gekost van ongeveer 15.000 krijgsgevangenen en 100.000 burgers. Deze begraafplaats, de grootste van de drie begraafplaatsen aan de Birma-Siam spoorweg, bevindt zich dichtbij de plaats van het vroegere "Kanburi" krijgsgevangenenkamp, dat als doorgangskamp fungeerde voor de meeste gevangenen. De begraafplaats is ontworpen door Colin St Clair Oakes en werd na de oorlog aangelegd door de Army Graves Service. Deze dienst begroef hier de stoffelijke resten van slachtoffers die oorspronkelijk elders in Thailand lagen begraven, op kampbegraafplaatsen of wel in graven langs het zuidelijke gedeelte van de spoorweg. Meer dan 5.000 oorlogsslachtoffers van het Gemenebest en bijna 1.800 Nederlandse oorlogsslachtoffers zijn hier begraven. Onder hen bevinden zich 300 mannen die in Nieke en Changaraya aan ziektes zijn overleden en gecremeerd. Hun as werd op deze begraafplaats bijgezet in twee graven en hun namen staan vermeld op panelen in een klein paviljoen op de begraafplaats. In het toegangsgebouw bevindt zich een plaquette met de namen van elf militairen van het Indiase leger die elders in Thailand begraven liggen en wier graven niet onderhouden konden worden. De Commonwealth War Graves Commission is verantwoordelijk voor het onderhoud van graven en gedenktekens in bijna 150 landen. Het gaat om ongeveer 1.700.000 graven van leden van de strijdkrachten van het Gemenebest uit twee Wereldoorlogen; mannen en vrouwen van verschillende geloofsovertuiging.